BEVRIJDING VAN OOST GRONINGEN

Als de bevrijding langzaam maar zeker het noorden nadert zijn er in Oost-Groningen twee Duitse eenheden gelegerd. Vanaf Vlagtwedde tot aan de Duitse grens zijn Duitse Fallschirmjäger (parachutisten) gestationeerd en tussen de stad Groningen en Ter-Apel het Marine Festungs Bataillon 359 onder commando van Fregattenkapitän Erich Mechlenburg. In de gemeente Onstwedde ligt de tweede compagnie met Oberleutnant Friedrich Kassner.  

De Marine Festungs Bataillon 359 is in november 1944 samengesteld in Altenbruch, Cuxhaven en is een samenstelling van diverse in Oost-Friesland gelegerde kriegsmarine afdelingen. De eenheid bestaat uit administratief personeel, koks, monteurs en matrozen. 

TER-APEL | RÜTENBROCK

Vanuit Emmen vertrekken twee peletons van de Batalion Strzelcow Podhalanskich, bestaande uit pioniers en Brencarriers richting Ter Apel. Zij moeten een overgang over het Stadskanaal zien te forceren.
Achter het Stadskanaal zijn Duitse troepen ingegraven gezien ook alle bruggen rond Ter Apel zijn opgeblazen lijkt het vrijwel onmogelijk een oversteek te maken. Vermoed wordt dat ook in Musselkanaal en Stadskanaal alle bruggen zijn opgeblazen en er wordt gekozen voor een riskante operatie om via een stukje Duitsland zuidoost Groningen te bevrijden. 

De eerste compagnie maakt een draai oostwaarts en steekt ten zuiden van Rütenbrock de grens over.
Daarna draait de eeste compagnie om Rütenbrock heen en draait dan richting het westen om Nederland weer binnen te komen ter hoogte van Ter Wisch en maken daarmee – op 11 april 1945- een begin aan de bevrijding van Oost-Groningen. 

Met deze maneuvre worden de Duitse troepen geflankeerd en wordt de route richting Duitsland afgesneden.
De Fällschirmjagers zitten in een val gevormd door een kanaal waar geen brug meer van heel is, en aan de andere kant de Poolse troepen.  Gevolg: paniek.  

Tot verbazing van de Oost-Groningers trekken de Duitsers zich niet terug naar Duitsland maar vertrekken zij in noordwestelijke richting. Ze proberen zo via Bourtange en Nieuweschans terug naar Duitsland te komen.  
Dit zal echter niet lukken gezien de Polen op 11 April ook Boertange en Nieuweschans bevrijden waardoor de enige resterende optie de haven van Delfzijl is.  

Hier hoopten de Duitse soldaten zich opeen en hielden nog lange tijd stand tegen de Canadezen.

MUSSELKANAAL | STADSKANAAL

In Musselkanaal nadert de bevrijding, door een snelle actie van het verzet kan worden voorkomen dat op 10 april de IJzeren klap wordt vernietigd. Dit bericht bereikt de Poolse strijdkrachten en zij zullen hier een bruggenhoofd vestigen. Terwijl de Brencarriers naderen duikt er in de ochtend van 11 april nog een Duits pantserwagen op die voorzichtig naar de IJzeren klap rijdt. Deze keert echter om en rijdt in volle snelheid terug naar Stadskanaal.
Hierdoor zijn er geen Duitse troepen meer in Musselkanaal. 

De inwoners van Musselkanaal, wetende dat de bevrijding nadert hebben zich verzamelt in de richting van Ter Apel. Zij gaan er van uit de geallieerden vanuit Ter Apel naar Musselkanaal komen... Er was alleen geen enkele militaire beweging waar te nemen. 

Vanuit de Kavelingen (Valthermond) duiken de eerste pantserwagens op met daar achter Stuart- en Shermantanks.  
Zodra de Polen de IJzeren klap bereikten ontmoeten ze leden van het verzet die hen melden dat de vijand is vertrokken naar Stadskanaal en Onstwedde. Collaborateurs worden gevangengezet in de plaatselijke bioscoop "De IJzeren Klap" aan de Aweg 10.  

Verkenners trekken snel door het dorp en bevestigen dat de Duitsers inderdaad zijn vertrokken.
Kolonel Complak weet nu dat het kanaal overschreden is en wil zo snel mogelijk weten waar de vijand zich bevindt.
Hij zendt twee patrouilles, bestaande uit infanterie ondersteund door Brencarriers en enkele stukken geschut die langs het kanaal op zullen rukken naar Stadskanaal. Af en toe komen ze onder vuur van de Duitsers te liggen die door het Julianapark in Stadskanaal terugtrekken naar het noordwesten.
De Poolse bevrijders komen die dag tot villa Ter Marse (de villa van NSB'er en Eerste Kamerlid, Jacob Maarsingh) en de watertoren waarna ze zich ingraven voor de nacht. Gedurende de hele nacht blijven de infanteristen rond de villa.  

Op 12 april bevrijden zij Stadskanaal tot de opgeblazen Gele Klap waar zij wachten op versterking vanuit Gasselternijveen. Door deze aansluiting van geallieerde troepen zitten alle Duitsers die zich nog in Drenthe bevinden in de val.

MUSSEL | ONSTWEDDE

Vanuit Musselkanaal vertrekken Poolse troepen noordwaarts richting Mussel waar zij onder hevig vuur komen te liggen van in het akkerland verscholen Duitsers, een van de Poolse tanks wordt uitgeschakeld door een panzerfaust.
Wetende dat de Polen te sterk zijn en gezien Bourtange al bevrijd is besluiten de Duitsers zich na dit gevecht over te geven. Die dag blijven de geallieerden rond Onstwedde en Mussel steken. 

In de vroege ochtend van 12 april vervolgen zij hun weg richting Onstwedde.  
Duitsers bevinden zich niet meer in het dorp, zij zijn na het roven van wat fietsen en het stelen van wat kippen verdwenen maar hebben nog wel de brug bij de haven opgeblazen.
Bij het bereiken van de opgeblazen brug stellen de Polen Onstwedde veilig, de 3e compagnie vertrekt in noordelijke richting naar Wedde en de 4e compagnie maakt een front richting Tange-Alteveer.
Achter de huizen aan de Hardingstraat staan de Poolse kanonnen opgesteld waardoor een Duitse aanvalspoging op Onstwedde geen zin meer zal hebben. 

TANGE-ALTEVEER

In Tange-Alteveer leeft men in een soort niemandsland. De Duitsers zijn al vertrokken, maar de geallieerden komen niet. De brug over het Alteveerkanaal is nog intact en het dorp kan als startpunt dienen voor een snelle doorstoot naar de Pekela`s en Veendam.
Telefonisch contact opnemen met Onstwedde is onmogelijk en Klaas de Grooth, hoofdmeester van de plaatselijke school besluit zelf contact op te zoeken met de Polen in Onstwedde.
Volgens hem kunnen de Polen het dorp innemen zonder een kogel af te vuren en is hij bang dat de Duitsers anders terug zullen komen. De poolse officier geeft aan dit niet te kunnen doen gezien hij al te ver naar voren is gegaan en de verbinding naar achter is al te lang. Zijn bevelen luiden dat hij in Onstweddee moet blijven.  

In de ochtend van 13 april trekken eenheden van het Marinefestungsbataillon 359 Tange-Alteveer binnen, iets waar Klaas de Grooth al bang voor was. De Duitsers zijn terug! 

De Marinefestungsbataillon 359 is een samenraapsel van marinepersoneel dat vanuit Emden naar Nederland is gelopen door gebrek aan vervoer. Ze zijn slecht uitgerust.  

Bootsman Karl Quenstedt krijgt het bevel een verkenning te doen om de verblijfplaats van de vijand te achterhalen en diens stelling te verkennen. Contact met de vijand vermijden en gedurende 1 uur in de richting van Alteveer, die om 07:00 uur bereikt moest zijn verkennen. Daarna verdedigingsplaatsen innemen nabij Tange.  

Quenstedt weet dat deze verkenning op een gevecht uit zal draaien en kiest daarom nadat ze aan de zuidzijde van Alteveer verkend hebben Onstwedde te naderen. Dat mislukt door Pools vuur van de 4e compagnie. Quenstedt besluit om met zijn verkenners posities in te nemen langs de Beumeesweg tussen Tange en Alteveer. Ze zijn met z`n negenen.   

Op 14 april 1945 komen de eerste Poolse verkenners over het kanaal in Onstwedde en vertrekken richting Tange.
Zodra de eerste Brencarrier de bocht nadert openen de marinesoldaten het vuur. De Polen beantwoorden het vuur en een van de Duitse soldaten komt om.  

De Poolse verkenners trekken zich terug en kort daarna beginnen de kanonnen aan de Hardingstraat te schieten. De kanonnen stonden gericht op de weg richting de Pekela`s achter vallen de granaten te kort en daarmee op het dorp Alteveer.  

Er wordt nog steeds hevig, maar wanhopig verzet geboden door de Duitse verkenners die zien dat de polen trachten de stelling via het veld te omsingelen. Zij besluiten zich te verschansen in een nabijgelegen schuur. De tanks openen nu het vuur op de boerderij, en al snel beginnen de vlammen omhoog te komen uit het dak. Ze schieten granaat na granaat in de boerderij, waarna de Duitsers de deur van de stal opengooien en proberen de sloot te bereiken om vanuit daar door te vechten. Ze lopen recht in een kogelregen van Poolse mitrailleurs en komen allen om. 

Na de uitschakeling van de groep van Quenstedt rijden de tanks dreigend op en richten hun lopen op de sloten waar nog andere Duitsers zich schuil houden. Deze komen met opgeheven handen uit de sloot en hiermee is ook Tange-Alteveer bevrijd.  

PEKELA`S | WINSCHOTEN

Boven Pekela wordt op 13 april vanuit Stadskanaal bevrijd en vanuit Alteveer komen Poolse eenheden over het Pekelerdiep via een geïmproviseerde brug/dam van strobalen, pramen en ander materiaal Nieuwe Pekela binnen. 
Deze brug/dam heette "bridge no fire" gezien het brandgevaarlijke materiaal waaruit deze was vervaardigd. 

In de namiddag diezelfde dag gingen Belgische verkenners vanuit Blijham naar het benedeneinde van Oude Pekela en gingen daar de kartonfabrieken binnen. Vanaf daar konden ze de Duitse verdediging onder vuur nemen. Die avond waren er zware artilleriebeschietingen en hielden de gevechten tussen de Belgen en de Duitsers aan.  

Op 14 April trekken Poolse eenheden vanuit Nieuwe Pekela Oude Pekela binnen en breken zij het laatste Duitse verzet rondom en in de watertoren van Oude pekela door het vuur te openen vanuit alles wat ze tot hun beschikking hebben. De overgebleven Duitsers vluchten naar de verdedigingslinie bij de Gockinga`s Wijk aan het Winschoter Zuiderveen. Hierdoor komt de frontlijn tussen Oude Pekela en Winschoten te liggen.  

In de nacht van 14 op 15 april bombardeerde de RAF Duitse stellingen ten zuiden van Winschoten en Winschoterhoogebrug en op zondag 15 April vertrokken de Polen naar het noorden om ook Winschoten te bevrijden.

Hiermee is de bevrijding van Oost-Groningen een feit.